We weten allemaal dat verpakkingsmaterialen na het bedrukken een verschillende geur hebben, afhankelijk van de samenstelling van de inkt en de druktechniek.
Allereerst moet worden opgemerkt dat de nadruk niet ligt op hoe de geur is, maar op de manier waarop de verpakking, die na het drukken ontstaat, de inhoud beïnvloedt.
Het gehalte aan restoplosmiddelen en andere geuren op bedrukte verpakkingen kan objectief worden vastgesteld door middel van GC-analyse.
Bij gaschromatografie kunnen zelfs kleine hoeveelheden gas worden gedetecteerd door ze door een scheidingskolom te leiden en door een detector te laten meten.
De vlamionisatiedetector (FID) is het belangrijkste detectie-instrument. De detector is verbonden met een pc om de tijd en de hoeveelheid gas die de scheidingskolom verlaat te registreren.
De vrije monomeren kunnen worden geïdentificeerd door vergelijking met bekende vloeistofchromatografie.
Ondertussen kan het gehalte van elk vrij monomeer worden bepaald door het geregistreerde piekoppervlak te meten en dit te vergelijken met het bekende volume.
Bij het onderzoeken van onbekende monomeren in gevouwen kartonnen verpakkingen wordt doorgaans gaschromatografie gebruikt in combinatie met massaspectrometrie (MS) om de onbekende monomeren te identificeren.
Bij gaschromatografie wordt doorgaans de headspace-analysemethode gebruikt om een gevouwen karton te analyseren. Het te meten monster wordt in een monsterflesje geplaatst en verwarmd om het te analyseren monomeer te verdampen en in de headspace te brengen, waarna hetzelfde testproces als eerder beschreven wordt uitgevoerd.
Geplaatst op: 12 april 2023


